Cijfers liegen niet!

Amerikaanse presidenten (3)

De Amerikaanse presidentsverkiezingen vinden iedere 4 jaar plaats op de dinsdag direct na de 1ste maandag in de maand november. Niet iedereen kan zich verkiesbaar stellen. Uit de Amerikaanse grondwet (artikel 2, sectie 1, clausule 5):

Amerikaanse adelaar. Copyright © Robbetje®.

"No person except a natural born Citizen, or a Citizen of the United States, at the time of the Adoption of this Constitution, shall be eligible to the Office of President; neither shall any Person be eligible to that Office who shall not have attained to the Age of 35 Years, and been 14 Years a Resident within the United States."

Amerikaanse adelaar. Copyright © Robbetje®.

Geen intellectuele hoogvlieger

De animo voor het presidentschap is doorgaans gering. Niet in de laatste plaats vanwege de 'sociale verplichtingen' die het ambt met zich meebrengt. Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat president Theodore 'Teddy' Roosevelt op de nieuwjaarsreceptie van 1906 of 1907 de handen moest schudden van ongeveer 8 000 gasten. Dat is een (overigens officieus) record.

George W. Bush heeft het presidentschap ook al geen goed gedaan. De man bleek bepaald geen intellectuele hoogvlieger en ook werd bij zijn aantreden duidelijk dat hij niet meer dan 6 keer in het buitenland was geweest: 1 keer in Israël, 1 keer in China (zijn vader was er toen ambassadeur), 2 keer in Canada en 2 keer, net over de grens van Texas, in Mexico.

Daarmee verschilt de Texaan nauwelijks van de rest van zijn volk: 35 procent van alle Amerikanen heeft geen paspoort.

Nee, je mag géén president worden!

Amerikaanse adelaar. Copyright © Robbetje®.

Niet gek dus dat 66 procent van alle Amerikanen onder geen beding wil dat hun eigen zoon of dochter president wordt.

Amerikaanse adelaar. Copyright © Robbetje®.

En dat komt goed uit, want bijna 70 procent van alle Amerikaanse tieners wil liever CEO van een hip internetbedrijf dan president van de Verenigde Staten zijn.

En toch, en toch... Ik blijf het gek vinden. Want als je president bent (geweest) is je kostje gekocht. Neem nou Bill Clinton. In de 6 jaar direct na zijn presidentschap heeft ie zo'n 40 miljoen dollar verdiend met het geven van lezingen. In Canada had Bill in 2006 zelfs een absolute topdag: hij verdiende er met slechts 2 lezingen 475 000 dollar. Dat is meer dan het dubbele van wat hij als president in een heel jaar verdiende.