|
OP 400 KILOMETER HOOGTE(Vervolg van pagina 1.) Een shuttle kon max. 10 personen in een lage baan (tussen 185 en 400 km hoogte) om de aarde brengen. Meestal telde een bemanning echter niet meer dan 8 koppen. Een space shuttle-missie duurde gemiddeld 7 dagen. Vroeger was een ruimtereis slechts voorbehouden aan 'superatleten': een perfecte fysieke en mentale conditie was vereist. Maar het ruimteveer was bijzonder comfortabel: passagiers werden tijdens de lancering blootgesteld aan krachten van niet meer dan 3 G (= drie keer de zwaartekracht). De Apollo-astronauten kregen nog 6,5 G voor hun kiezen. In de laadruimte van 18,3 bij 4,6 m kon een vracht van maximaal 22 680 kg worden meegenomen. De robotarm (ook wel remote manipulator system genoemd) die gebruikt werd om bijv. satellieten in de ruimte te zetten, was 15,2 meter lang en had (net als je eigen arm) een schouder-, elleboog- en polsgewricht.
De landing van de orbiter was volledig computergestuurd. De stuurraketten van het RCS zetten de orbiter eerst met de staart in de vliegrichting. De twee OMS engines remden het ruimtevaartuig vervolgens af. Vlak voor het binnendringen van de atmosfeer zetten de stuurraketten de orbiter weer met de neus in de vliegrichting. Als het ruimtevaartuig de buitenste laag van de atmosfeer raakte bedroeg de afstand tot de landingsbaan nog altijd ruim 8 000 km. Dat binnendringen in de atmosfeer moest onder een hoek van precies 40° gebeuren. Was de hoek te scherp dan verbrandde het schip. Was de hoek te flauw dan ketste de orbiter af en kon het de aarde niet bereiken.
Op de buik van de orbiter waren met de hand ongeveer 24 000 lichtgewicht tegels geplakt. Deze moesten het ruimtevaartuig tijdens de terugkeer in de dampkring beschermen tegen de immense hitte (tot max. 5 500°C) die door de wrijving met de lucht ontstond. De tegels waren gemaakt van siliciumdioxide en gingen ongeveer 10 vluchten mee. Geen enkele tegel had dezelfde afmetingen, maar één ding hadden ze gemeen: ze raakten hun oppervlaktewarmte héél snel kwijt. Zelfs een tegel die verwarmd was tot 1 250°C kon je na enkele seconden zo met je blote handen vastpakken!
Er waren, speciaal voor de space shuttle, twee landingsbanen aangelegd. Ze waren elk 3,7 km lang en lagen bij het Kennedy Space Center in Florida en op de Vandenberg Air Force Base in Californië. Daarnaast waren er nog drie landingsbanen die in geval van nood gebruikt konden worden: in Moron (Spanje), Banjul (Gambia) en in Ben Guerir (Marokko). De space shuttle was erg duur in het gebruik. Met de ontwikkeling van de X-33, een nieuw ruimtevaartuig dat Lockheed-Martin voor NASA zou gaan bouwen, wilde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie de exploitatiekosten met maar liefst 90% verminderen. Het project werd echter in 2001 stopgezet. Op donderdag 21 juli 2011 kwam na 30 jaar (en 135 vluchten) het shuttle-tijdperk tot een einde. Om 11:56 uur Nederlandse tijd landde de Atlantis in Florida. Vanaf 2016 zal NASA weer 'gewone' (bemande) raketten gaan gebruiken. Tot die tijd is de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie voor bemande vluchten afhankelijk van de Russen... |