|
MET RUIM 27 000 KM PER UURDe space shuttle werd ontwikkeld door de National Aeronautics and Space Administration (NASA) en bestond uit:
Een complete space shuttle kostte ongeveer 1,9 miljard euro en woog inclusief brandstof en lading ruim 2 miljoen kg. Er waren twee lanceerbases voor de shuttle: het Kennedy Space Center in Florida werd gebruikt als de shuttle in een equatoriale baan (langs de evenaar) gebracht moest worden; de Vandenberg Air Force Base in California werd gebruikt als een polaire baan (over de Noord- en Zuidpool) gewenst was. In geval van nood konden de astronauten tot 30 seconden vóór de daadwerkelijke lancering het ruimtevaartuig verlaten. Vanuit het lanceerplatform liepen 7 staalkabels van elk 365 m lengte naar een bunker op de grond. Aan elke kabel hing een mand (met een diameter van 1,52 m en een diepte van 1,07 m) waarin maximaal 3 astronauten plaats konden nemen. Tijdens de lancering werden éérst de drie hoofdmotoren van de orbiter ontstoken. Deze verbrandden 2 967 liter waterstof en 1 067 liter zuurstof per seconde. De temperatuur liep daarbij geleidelijk op tot 3 316°C. De hoofdmotoren ontvingen de vloeibare brandstof, die op dat moment nog een temperatuur had van min 253°C, van de externe brandstoftank.
Daarna werden ook de beide solid rocket boosters (SBR's) ontstoken. Vervolgens werden de 8 bouten waarmee de shuttle was vastgeklonken aan het lanceerplatform met behulp van kleine explosieven opgeblazen. Het gevaarte maakte zich dan binnen enkele seconden los van de aarde...
Tijdens de eerste 2 minuten van de vlucht deden de beide SBR's het meeste werk. Zij brachten de shuttle met een snelheid van 4 973 km/uur naar een hoogte van 45 km. Nadat de beide boosters waren losgekoppeld (ze vielen aan parachutes ongeveer 260 km verderop in zee en konden worden hergebruikt) bleven de drie hoofdmotoren aan de achterzijde van de orbiter, nog 8 minuten branden. Zij brachten het ruimteschip met een snelheid van 27 358 km/uur (dat is 10 keer sneller dan een kogel) in een baan om de aarde. De externe brandstoftank viel terug op aarde en verbrandde (gedeeltelijk) in de atmosfeer. De restanten vielen meestal in de Indische Oceaan. Als het schip eenmaal in een baan om de aarde draaide, konden de twee orbital maneuvering system (OMS) engines gebruikt worden voor grote koerscorrecties. Geringe correcties werden uitgevoerd met het reaction control system (RCS) dat uit 44 kleine raketmotoren bestond. Lees verder op de tweede pagina... |