|
JAARLIJKS 1,2 MILJOEN DODENVerkeersdeelname is de gevaarlijkste dagelijkse activiteit in ons leven. Wereldwijd zijn er ieder jaar zo'n 1 200 000 verkeersdoden te betreuren, dat zijn bijna 3 300 slachtoffers of 8 propvolle Jumbo Jets per dag! Zeker één op de tweehonderd wereldburgers overlijdt aan de gevolgen van een verkeersongeval. In de jaren '50 en '60 was het bloedbad nog veel groter. Ieder weekend stierven bijvoorbeeld meer dan 600 Amerikanen in het verkeer. Dat was in de tijd van heftige demonstraties tegen de Vietnamoorlog: die kostte ieder weekend namelijk een kleine 30 Amerikaanse soldaten het leven.
De politie deelt ieder jaar weer meer verkeersboetes uit: in 1996 3,7 miljoen, in 1998 5,2 miljoen, in 2000 7,8 miljoen, in 2002 9,5 miljoen, in 2006 11,9 miljoen en in 2007 12,6 miljoen. Alleen in 2008 gingen de cijfers, waarschijnlijk door de politiestakingen, naar beneden: 11,7 miljoen. Vooral binnen de bebouwde kom wordt veel te hard gereden. Jaarlijks betrapt de politie zo'n 1 500 000 Nederlanders op te hard rijden op wegen waar een maximumsnelheid geldt van 30 of 50 km/uur. Ruim 55 procent van alle verkeersongelukken gebeurt binnen die bebouwde kom. Mede daardoor kwamen in 2005 102 Nederlandse kinderen en jongeren tot en met 19 jaar om het leven; ruim 4 000 kinderen belanden jaarlijksin het ziekenhuis. Een automobilist die 10 m voor zich iemand ziet oversteken heeft in het gunstigste geval 0,3 sec. nodig om die voetganger te zien. Bij een snelheid van 43 km/uur heeft zijn auto dan al 4 m afgelegd. De reactietijd die nodig is om het rempedaal in te drukken bedraagt nog eens (minimaal) 0,3 sec. De auto is dan nog slechts 2 m van het kind verwijderd. De remweg van een gemiddelde personenauto is bij 43 km/uur ongeveer 9 meter, het buurmeisje ligt dan al 7 meter achter de auto dood op het asfalt. De overheid doet haar uiterste best om ons wegennet zo veilig mogelijk te maken. Maar voor bijv. elke 30 cm dat een weg breder gemaakt wordt, verhogen automobilisten hun snelheid met gemiddeld 5 km/uur. Snelheid speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van verkeersongelukken. Regen, ijzel en sneeuw zorgen tijdens de winter voor gladde wegen, maar ook voor lagere snelheden en (dus) minder verkeersdoden. In de zomermaanden, als de wegen goed berijdbaar zijn en het zicht uitstekend is, gaat de snelheid omhoog en stijgt het aantal verkeersongelukken weer. Het dragen van autogordels vergroot je overlevingskans aanzienlijk. Maar toen de Britse overheid in 1967 het dragen van autogordels verplicht wilde stellen stak er een storm van protest op. Er werd maar liefst 10 keer over de wet gestemd. Pas in 1993 werd het dragen van autogordels in Groot-Brittannië verplicht. Het aantal verkeersdoden en -gewonden nam vrijwel direct met 25% af. Bij een botsing tussen een grote en een kleine auto loopt de bestuurder van de kleine auto een 13 keer grotere kans om het leven te laten.
Telefoneren tijdens het autorijden wordt ieder jaar zo'n 40 Nederlanders fataal.
Het alcoholgebruik door jongeren tot 25 jaar is de afgelopen 4 jaar met 11 procent gestegen. Als jongeren een avondje gaan stappen drinkt 80% van hen meer dan 6 glazen alcohol. 33 procent drinkt meer dan 10 glazen alcohol en 5% drinkt meer dan 20 glazen alcohol. Meer dan 80 procent van alle automobilisten vindt zichzelf een beter dan gemiddelde chauffeur. |
||||||||||||||||||||||||||||||