|
210 MILJOEN ZWANGERSCHAPPENJaarlijks raken wereldwijd zo'n 130 miljoen vrouwen gewenst en 80 miljoen vrouwen ongewenst zwanger. Dat loopt lang niet altijd goed af: iedere 60 seconden sterft een vrouw aan complicaties bij zwangerschap of geboorte. 99 procent van die vrouwen leeft in de Derde Wereld. Vooral in Mozambique is de kraamsterfte hoog: tussen de 500 en 1 500 per 100 000 geboorten. Op het Afrikaanse continent sterft 1 op de 19 vrouwen in het kraambed. In landen als Nederland en België is dat 1 op de 2 976. In 1999 werden 200 000 Nederlandse baby's geboren; de hoogste score sinds 1972. 74 procent van al die nieuwbakken moeders deed er minder dan 6 maanden over om zwanger te raken. 14 procent had er 6 tot 12 maanden voor nodig, de rest meer dan 1 jaar. Slechts 1 procent van alle Nederlandse vrouwen krijgt vóór het 20ste levensjaar een kind. In Amerika ligt dat percentage op 40. In Nederland vind je jonge moeders vooral in de grote steden: in Amsterdam worden 4 keer zoveel tienermeisjes zwanger als in de rest van Nederland.
Slechts 5 procent van alle vrouwen baart een kind op de dag dat ze is uitgerekend. Soms moet zo'n aanstaande moeder daarbij geholpen worden: 6,1 procent van alle Nederlandse jongetjes en 4,2 procent van alle Nederlandse meisjes komt via een keizersnede ter wereld. In de Verenigde Staten ligt dat percentage op ongeveer 25. Dat is niet uit medische noodzaak, maar omdat de arts bang is voor een claim en daarom een natuurlijke bevalling niet durft te riskeren. Als we af mogen gaan op cijfers uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is naar schatting 10 procent van alle kinderen voortgekomen uit overspel. Vast staat dat ruim 25 procent van alle Nederlandse kinderen buitenechtelijk geboren wordt.
Wat is de kans op het krijgen van een baby met een erfelijke afwijking? Bij een 'normaal' Nederlands echtpaar is dat 3 tot 4 procent. Bij een huwelijk tussen een neef en nicht is die kans 6 tot 7 procent. En als het een neef en nicht binnen de Mormonengemeenschap betreft is die kans bijna 10 procent. Levensverwachting (bij geboorte) van een mens in de steentijd: 19 jaar. Tijdens van het Romeinse Rijk: 22 jaar. In de Middeleeuwen: 25 jaar. En rond 1900: 44 jaar. In 1950 had een Nederlands jongetje bij geboorte een levensverwachting van iets meer dan 70 jaar. In 1980 was dat bijna 73 jaar en eind 2000 was de levensverwachting opgelopen tot 75,5 jaar. De levensverwachting voor meisjes was in diezelfde jaren respectievelijk 72, 80 en 80,5 jaar. Als deze ontwikkeling zich doorzet zullen baby's die in 2050 geboren worden een levensverwachting van meer dan 100 jaar hebben.
Op dit moment is het aantal mensen op aarde overigens al ruim 30 keer groter dan (biologisch) van een alleseter van ons formaat verwacht zou mogen worden. Als dat maar goed gaat... |